Het uit twee, haaks op elkaar staande rijtjes arbeiderswoningen is in 1931 gebouwd als het 16e woningbouwcomplex van het gemeentelijke woningbedrijf. De vaste ontwerper voor door de gemeente gebouwde en aangelegde zaken was gemeentearchitect W.M. Dudok, die deze 29 woningen bouwde in een voor zijn oeuvre karakteristieke 'Dudokiaanse' stijl. Dudok zij over deze arbeiderswoningen het volgende: 'geschikt om te zijner tijd voor het centraal wonen van de brandweer te worden bestemd'. Omschrijving Het complexje is samengesteld uit een evenwijdig aan de spoorlijn Hilversum-Amersfoort staand, 11 woningen tellend blok (40-60) met aangebouwde schuurtjes en een hier dwars op staand blok met 18 woningen (4-38), waardoor het complex een grondplan in de vorm van een spiegelbeeldig staande L heeft. De twee blokken hebben gemeenschappelijke kenmerken, maar verschillen ook in een aantal opzichten. Het vanuit een rechthoekige plattegrond op getrokken blok met de huisnummers 40-60 staat met voornamelijk twee bouwlagen onder een met pannen gedekt zadeldak, plat dak en een schilddak. De in schone baksteen opgetrokken gevels zijn voorzien van recht gesloten gevelopeningen Het linker deel van het blok staat met slechts één bouwlaag onder een uitkragend schilddak. Dit slechts één woning bevattende volume heeft een om de hoek gaande vensterpartij en staat met de entree onder een overstek. Dit bouwdeel wordt aan de rechter kant beëindigd door een hoog opgaand, blokvormig verticaal accent met een plat dak. De brede gevelpartij hier rechts van bevat op de begane grond twee aan twee staande deuren met ertussen twee grote vensters. De verdieping is voorzien van een over de gehele gevelbreedte staande reeks vensters met ramen tussen houten penanten, die sterk contrasteren met de kleur van de gevel. De rechter zijgevel is voorzien van een één bouwlaag hoge, onder schilddak staande uitbouw met een ermee verbonden tuinmuur. De woningen zijn aan de achterzijde voorzien van aangebouwde schuurtjes. In de dakschilden boven de gevels staat een reeks schoorstenen. Het langere blok met de huisnummers 4-38 heeft op de begane een andere gevelindeling en staat met twee bouwlagen onder een samengestelde kap met dezelfde dakvormen als van het andere blok. Het risalerende rechter deel van het blok staat met één bouwlaag onder een uitkragend schilddak en heeft een onder een overstek staande entree. Tussen dit volume en de lange linker gevelpartij staat ook hier een hoog opgaand, blokvormig verticaal accent met een plat dak. In de linker zijde van dit bouwdeel is een onder luifel staande entree opgenomen. De brede rechter gevelpartij is op de begane grond per woning van rechts naar links voorzien van een groot venster , een deur en een toiletraam. In de verdieping zijn twee lange reeksen vensters opgenomen als die in het andere blok. De reeksen worden onderbroken door een gevelveld dat zich bevindt boven een doorgang naar de achterkant van het blok. Deze doorgang bevat rondboogvormige openingen aan de voor- en achterzijde. In de gevelpartijen tussen de bogen is de entree van een woning opgenomen. In het dakschild boven de achtergevel staat een reeks van 16 schoorstenen. Waardering De woningblokken zijn van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de ensemblewaarde, alsmede vanwege de gaafheid. De woningblokken hebben cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling in de woningbouw voor de volkshuisvesting in het Interbellum. De woningblokken zijn van architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp, vanwege de voor de bouwtijd kenmerkende hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering en als een werk uit het oeuvre van een vooraanstaand architect. De woningblokken hebben ensemblewaarde en stedenbouwkundige waarde vanwege de sterke onderlinge architectonische en stedenbouwkundige relatie. De woningblokken zijn tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur.